Wat zijn mijn mogelijkheden met een nieuw regime lijfrente?

Een nieuw regime lijfrente is wat beperkter in de mogelijkheden dan een oud regime lijfrente. De mogelijkheid tot schenking is bijvoorbeeld komen te vervallen. Ook zijn er regels opgesteld met betrekking tot de manier waarop de verzekerde de lijfrentetermijnen kan ontvangen. Een aantal specifieke (vooraf benoemde) lijfrentes zijn nog toegestaan:

Daar waar de regels het toelaten is (net als bij een oud regime lijfrente) het nog steeds mogelijk om het kapitaal door te schuiven om op een later tijdstip één van bovenstaande lijfrentes aan te kopen bij een verzekeraar of bank. Hieronder een korte uitleg van iedere lijfrentevorm. Onderaan de pagina vindt u een handige tabel met de fiscale regels voor de betreffende lijfrentevormen.

De oudedagslijfrente

De ingangsdatum van deze lijfrentevorm kunt u vrij bepalen maar ligt uiterlijk in het jaar waarin u 70 wordt. De duur (of looptijd) van de uitkeringen is levenslang. Dit betekent dat de lijfrentebetalingen verplicht doorlopen totdat de verzekerde komt te overlijden (en eventueel doorbetaald worden aan de partner totdat ook deze komt te overlijden). Deze lijfrentevorm is dus echt als een aanvulling op pensioen te beschouwen aangezien de pensioenbetalingen dezelfde opzet kennen. Bij kleinere kapitalen, of voor personen die het kapitaal om andere redenen liefst op kortere termijn willen ontvangen, is deze vorm minder geschikt aangezien het bedrag over een relatief lange periode wordt uitgekeerd.
In geval de uitvoering geschiedt via banksparen, is de einddatum niet levenslang maar op leeftijd 85.

De tijdelijke lijfrente

Voor dit type lijfrente geldt de eis niet dat de betalingen levenslang zijn. Hier kunt u zelf (binnen een aantal regels) een vaste eindtijd vaststellen voor de lijfrentetermijnen. U kunt er dus voor kiezen het kapitaal in bijvoorbeeld 5 of 10 jaar gespreid te ontvangen in plaats van levenslang (wat statistisch gezien meestal aanzienlijk langer is). Omdat de duur hier korter is zullen de uitgekeerde lijfrentetermijnen veel hoger liggen dan bij een levenslange lijfrente. Dit is voordelig daar waar het lijfrentekapitaal minder groot is of daar waar men vooral in de eerste jaren van pensioen van het kapitaal wil genieten. Een tijdelijke lijfrente mag u niet eerder in laten gaan dan het jaar waarin de AOW ingaat (voorheen als u 65 werd), en niet later dan het jaar 5 jaar na ingang AOW (voorheen jaar waarin u 70 werd). De looptijd van de tijdelijke lijfrente is vrij maar mag niet korter zijn dan 5 jaar. De jaarlijkse uitkeringen mogen niet hoger zijn dan ongeveer € 20.000. De spelregels zijn gelijk voor de verzekeraars als bij het banksparen.

De overbruggingslijfrente

Deze lijfrente is destijds bedoeld om een hulp te zijn bij het eerder stoppen met werken. De overbruggingslijfrente gebruikt u namelijk niet als aanvulling op uw pensioen maar als aanvulling tot uw pensioen. De ingangsdatum is vrij maar de uitkering lopen verplicht tot uw 65ste (of de eventueel eerdere, aantoonbare pensioendatum). Aangezien eerder stoppen met werken juist iets is wat steeds minder populair is geworden bij onze regering is deze lijfrentevorm per 1 januari 2006 afgeschaft. Dit betekent dat alleen lijfrentes waarop na die datum geen premies zijn betaald nog omgezet kunnen worden in een overbruggingslijfrente. Indien u een lijfrentekapitaal heeft opgebouwd in een totale periode vóór en na 1 januari 2006 dan is het mogelijk dat uw verzekeraar het kapitaal heeft gesplitst in een deel van voor en na die datum. Dan behoudt u de mogelijkheid om met het ‘oudere deel’ een overbruggingslijfrente aan te kopen. Dit is echter niet altijd het geval en dient eigenlijk te zijn gedaan op uw verzoek (of dat van uw tussenpersoon).
De jaarlijkse uitkeringen uit een overbruggingslijfrente mogen niet hoger zijn dan ongeveer € 60.000.

De nabestaandenlijfrente

Een nabestaandenlijfrente biedt, zoals de naam al aangeeft, zekerheid voor uw nabestaanden. De uitkeringen gaan in op het moment dat u overlijdt. Het kapitaal (bij overlijden) wat u tot dit moment heeft opgebouwd wordt direct omgezet in een lijfrenteuitkering aan de begunstigde. Dit is vaak een partner of één of meerdere kinderen maar kan in principe aan ieder persoon toekomen. De lijfrente dient bij kinderen ouder dan 30, of andere familieleden levenslang te zijn.
Kinderen jonger dan dertig, of de partner, mogen ervoor kiezen om het lijfrentekapitaal in een kortere periode te ontvangen. Voor kinderen jonger dan 30 is de lijfrenteduur vrij, maar maximaal tot leeftijd 30. Voor de partner is de lijfrenteduur vrij, maar heeft een minimale duur die afhankelijk is van het 1% sterftecriterium.
Een overbruggingslijfrente kan enkel nog bij verzekeraars gesloten worden. Binnen het banksparen is deze variant niet mogelijk.

De lijfrente voor het invalide kind

Dit is een lijfrentevorm is bedoeld voor een meerderjarig invalide kind. De termijnen gaan dus pas in nadat het kind meerderjarig is geworden en zijn levenslang. De jaarlijkse aftrek die u heeft is, in tegenstelling tot alle andere lijfrentevormen, onbeperkt.

Ingangsdatum Einddatum/duur
OudedagslijfrenteVrij, uiterlijk leeftijd 70levenslang (bank tot 85
Tijdelijke lijfrenteVanaf leeftijd AOW (65), uiterlijk 5 jaar na AOW (leeftijd 70)Minimaal 5 jaar
Overbruggingslijfrente Vrij, voor leeftijd AOW/65tot leeftijd AOW/65 (niet bij banksparen)
NabestaandenlijfrenteDirect na overlijden verzekerdelevenslang, of leeftijd 30
Lijfrente invalide kindMeerderjarigheid kindlevenslang
Over ons

Hoofdkantoor Den Haag
Bankaplein 3
2585 EV  DEN HAAG

Vestiging Venray
Langstraat 125
5801 AC  Venray

tel : 085 303 09 53
info@clarusadvies.nl

Contact
Social Sharing Sites